Over Generaal Maczek

Stanislaw Wladyslaw Maczek werd op 31 maart 1892 geboren in Szczerzec bij Lwów in de toenmalige Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije als zoon van een jurist.

Na het behalen van het gymnasiumdiploma vervulde hij zijn dienstplicht als reserve-officier en studeerde daarna van 1910 tot 1914 filosofie, psychologie en Poolse filologie aan de Jan Kazimierz universiteit in Lwów.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij door de Oostenrijkse regering gemobiliseerd en als compagniecommandant onder meer ingezet aan het Italiaans front.

In 1919 en 1920 was hij, aanvankelijk als luitenant, later als kapitein van het leger van de nieuwe Poolse republiek, betrokken bij acties tegen het Oekraïense en Sovjet-Russische leger.

Na een wapenstilstand in oktober 1920, gevolgd door de vrede van Riga in maart 1921 koos Maczek voor een militaire loopbaan in het leger van het nieuwe Polen, waar-schijnlijk daarbij beïnvloed door het sneuvelen van zijn drie broers, onder wie zijn tweelingbroer Franciszek.

In 1922 werd hij op 30-jarige leeftijd vanwege zijn oorlogservaring bevorderd tot luitenant-kolonel. Van 1924 tot 1927 volgde hij de Hogere Krijgsschool.

In 1938 werd hij tot commandant benoemd van de 10e Gemotoriseerde Cavalerie Brigade, een van de twee volledig gemotoriseerde brigades van het Poolse leger.

Bij de Duitse inval in september 1939 vocht hij met zijn Tiende Gemotoriseerde Cavalerie Brigade vergeefs tegen een Duitse overmacht. Nadat ook de Sovjet-Unie Polen was binnengevallen kreeg Maczek opdracht uit te wijken naar Hongarije. Daar werd hij met zijn brigade geïnterneerd maar wist hij met veel van zijn manschappen te ontsnappen. Via Noord-Afrika kwam hij uiteindelijk in Frankrijk terecht. Daar werd hij in februari 1940 commandant van de Poolse Gemotoriseerde Lichte Divisie, gevormd uit de restanten van zijn vroegere Cavaleriebrigade. Ten zuidoosten van Parijs vocht hij in juni 1940 tegen het Duitse leger. Wegens een gebrek aan brandstof en munitie zag hij zich gedwongen de strijd te staken.

Na de capitulatie van Frankrijk op 22 juni 1940 kregen de Polen bevel om hun materieel te vernietigen en naar Engeland uit te wijken om van daaruit de strijd voort te zetten. Via Marseille en Algiers slaagde Maczek daarin. Na lang aandringen bij de Poolse minister van oorlog, generaal Wladyslaw Sikorski, op de vorming van een gemotoriseerde pantserdivisie kreeg hij op 25 februari 1942 opdracht voor het oprichten van de Eerste Poolse Pantserdivisie.

In augustus 1944, na de invasie in Normandië, speelde de divisie een cruciale rol bij de afgrendeling van het vluchtende Duitse Zevende Leger in de buurt van Falaise. Na een opmars door België in de loop van september, werd de bevrijding van Breda op 29 oktober 1944 één van generaal Maczeks grootste successen. 30 Oktober 1944 ontving hij hiervoor uit handen van burgemeester van Slobbe voor zijn hele divisie het Bredase ereburgerschap.

Vanaf 6 april 1945 werd de strijd voortgezet en speelde de divisie een belangrijke rol bij de bevrijding van grote delen van Oost-Drente en Groningen. Sluitstuk van de tocht van de 1e Poolse Pantserdivisie vanaf de Franse kust werd op 3 mei de capitulatie van de grote Duitse marinebasis Wilhelmhafen in aanwezigheid van generaal Maczek.

Kort daarop werd generaal Maczek benoemd tot commandant van het Eerste Poolse Leger Korps in Schotland en droeg hij het bevel van de 1e Poolse Pantserdivsie op 20 mei 1945 over aan generaal-majoor Klemens Rudnicki. September 1945 volgde zijn benoeming tot luitenant- generaal en opperbevelhebber van alle Poolse legereenheden in Groot-Brittannië.

Na de demobilisatie van het Poolse leger in ballingschap in 1947 wilde generaal Maczek niet terug keren naar zijn communistisch geworden vaderland en vestigde hij zich met zijn gezin in de Schotse hoofdstad Edinburgh. Daar schreef hij zijn memoires, uitgegeven onder de titel Od podwody do czolga. (Van paard-en-wagen tot tank) Tot op hoge leeftijd moest hij in zijn levensonderhoud voorzien door middel van eenvoudige banen. Hij had te kort in het Britse leger gediend om aanspraak te maken op een Brits pensioen en de communistische regering van Polen weigerde de rol van de Poolse strijders in het westen te erkennen. Aan generaal Maczek werd ook zijn Pools staatsburgerschap ontnomen.

1 November 1990 werd hij door de regering van de nieuwe Poolse Republiek benoemd tot luitenant-generaal. Op zijn honderdste verjaardag werd hij onderscheiden met de hoogste Poolse onderscheiding, de Orde van de Witte Adelaar.

11 December 1994 overleed Stanislaw Wladyslaw Maczek in Edinburgh op de leeftijd van 102 jaar. Overeenkomstig zijn wens werd hij begraven bij zijn manschappen op het Poolse Militaire Ereveld aan de Ettensebaan te Breda.

generaalgraf maczek
† 11-12-1994